Is het mogelijk om samenwerken op een professionele manier vorm te geven?
door Peter Schuttevaar
hier een foto

wie staat er bovenop het schuifpaneel?

Net zoals gas­moleculen door samen te klonteren tot een vloeistof kun­nen condenseren, zo kunnen individuen door samen te werken een groep vormen (dus tot een groep 'aggregeren').
De theorie van de aggregatiemens verkent de overeenkomsten en verschillen tus­sen deze verschillende­ menselijke aggregatietoestanden. Zoals water andere eigenschapen heeft dan waterdamp, zo kunnen groepen zich anders gedragen dan individuen. In het boek "De Aggregatiemens" worden vier wer­kings­principes voor groepsgedrag gevonden die een lei­draad voor het op­ti­maliseren van groepsgedrag geven en die tegelijkertijd inzicht bieden in een breed scala aan afwijkingen in dat groeps­gedrag.

Zo lijkt het er bijvoorbeeld op dat afwijkingen als autisme, rigiditeit en narcisme bij groepen net zo goed voor komen als bij individuen. Maar dan net even anders. Het lijkt alsof deze aandoeningen zich vermommen zo­dra ze zich in de aggregatietoestand van de groep voordoen. De aggregatiemens helpt deze vermommingen te doorzien en de afwijkingen te benoemen. De vier gevonden wer­kingsprin­cipes kunnen als volgt samengevat worden:

kennisvorming: Bij sommige groepen verloopt de kennisvorming zo snel en frivool dat zij voortdurend de plank misslaan. Bij andere groepen verloopt de kennisvorming zo traag en degelijk dat ze de plank niet eens slaan.

methodevorming: Sommige groepen zijn zo onevenwichtig en eenzijdig gericht dat ze steeds hals over kop op uitdagingen ingaan. Andere groepen zijn zo evenwichtig en spreiden hun aandacht met zoveel finesse, dat men niet aan uitdagingen toe komt.

sturing: Soms bemoeien de denkers zich zo nadrukkelijk met de doeners dat er een verkramping van het groepsgedrag optreedt. In andere gevallen worden de doeners zodanig door de denkers verwaarloosd, dat de groep stuurloos ronddobbert.

verloop: Sommige groepen hebben zo'n grove aanpak, dat ze vele hobbels op hun weg pas zien als ze er op vast zitten. Anderen hebben zo'n verfijnde aanpak, dat ze ook vele hobbels nemen die er niet zijn.

Elk werkingsprincipe bestaat als het ware uit een schuifknop die tussen twee uitersten be­weegt, bij­voor­beeld tussen ver­kramping en stuur­loos­heid. Veel samenwerking tus­sen mensen functio­neert niet goed, door­dat de groep (onopgemerkt) in één van de uitersten is geraakt. Een ministerie dat elke twee jaar met onderwijs­her­vor­min­gen komt kan men rustig als frivool en te voortvarend in zijn ken­nisvorming bestempelen. En een groep hang­jon­geren die voortdurend passanten lastig valt kan met goed recht onevenwichtigheid en eenzij­digheid worden verweten.

De groeps­le­den zelf zien dat niet, zoals de wandelaars op het plaat­je ook niet zien wat zich boven hun hoofden afspeelt. De waarnemer bovenop het meng­paneel ziet dat echter wel. Een goed functione­ren­de groep houdt afstand tot uitersten en zoekt steeds actief naar een goede middenweg bij elk van de werkingsprin­ci­pes. Als u daar meer over wilt weten dan kunt u Peter Schuttevaar voor een lezing inhuren of u kunt bij Vitha workshops, cursussen en trainin­gen bestellen. U klimt dan samen met hem bovenop het metaforische mengpaneel van het groeps­ge­drag. En passant leert u daarbij, be­staande managementtheorien en methodieken beter te duiden.
Wie meer wil weten over de aggregatiemens kan via de onderstaande link het boek gratis downloaden.